Mijn kleine oorlog

De laatste tijd heb ik enkele boeken gelezen waarin oorlog een belangrijke rol speelt. Het blijft maar in m’n brein malen, we zien het alle dagen en sommigen ervaren het aan den lijve hoe slecht mensen kunnen zijn.
Met boeken over oorlog had ik vroeger niets, ik kon het me moeilijk verbeelden, het stond zo ver van me af. Met de jaren (ouder en wijzer èn grijzer) voel ik me er helaas veel dichter bij dan ik zou willen. Dagelijks word ik (on)rechtstreeks geconfronteerd met de gevolgen van oorlogen overal ter wereld: in de grote steden struikel je haast over de mensen die er trachten van weg te vluchten en op TV slaat men je dood (!) met afschuwelijke beelden van de zoveelste gifgasaanval, het zoveelste bombardement, van doden, gewonden, uitgehongerden et tutti quanti. Via de media krijg je ook een indruk over de in het verre Westen heersende cowboy die je af en toe koude rillingen bezorgt over een naderende Derde Wereldoorlog!

Het lezen van boeken over vele wrede aspecten der mensheid maakt me milder in mijn oordelen, doet me genuanceerder denken en meer begrijpen ‘van binnen uit’.

Alleen in Berlijn – Hans Fallada: over een bescheiden vorm van verzet tegen het naziregime en over vele soorten mensen die daar toen rondliepen. Meelopers, stille malcontenten, monsterlijke nazibeulen enz. Een sfeer van wantrouwen, verraden en verklikken, moordlust, onmenselijkheid… Hetzelfde soort thema’s in Wil van Jeroen Olyslaegers. Ik las nog andere boeken over die oorlog, waarin boeken werden verbrand en zogenaamde ‘Untermenschen’ werden opgesloten en zelfs vergast: De Boekendief van Markus Zusak, Als je het licht niet kunt zien van Anthony Doerr. Het aanbod is schier oneindig; het onderwerp is dan ook kwasi onuitputtelijk.

mijn-kleine-oorlog

De overgave van Arthur Japin gaat over oorlog in een verder verleden met name beschrijft hij tegen het decor van het gewoonlijk zo geromantiseerde Wilde Westen de gruwelijke situatie van de Comanche-indianen en de blanke kolonisten tijdens de Amerikaanse burgeroorlog in de 19de eeuw.

De bekeerlinge van Stefan Hertmans bevat eveneens uiterst bloedige en wrede scènes, veelal ondernemingen gemotiveerd door irrationeel religieus fanatisme. Je sympatiseert enorm met de hoofdpersonages die voortdurend on the road en op de vlucht zijn en telkens ei zo na in de pan gehakt worden:  een welgestelde Christelijke jonge vrouw die Joodse wordt uit liefde voor een jonge Joodse jongen. Kruistochten doorkruisen hun leven – zo hoort dat voor kruistochten – en je moet al een gevoelloze coloradokever zijn om niet in spanning te geraken tijdens de bestorming door kruisvaarders van het stadje waar ze eindelijk rustig woonden… De jacht op joden is er een waar bloedbad. Ik bespaar je de détails (Hertmans doet dit niet. Of toch. Het was vast véél erger!).

Het achtste leven van Nino Haratischwili, tot slot, is ook een verhaal met een hoofdrol voor oorlog, vetes, verraad en dreiging. Het is een familie-epos dat vijf generaties omspant tussen 1900 en nu, de gehele roerige, ‘rode’, vorige eeuw met de opkomst en ondergang van de Sovjet-Unie, het wegvallen van het IJzeren Gordijn en de perestrojka. Alweer neem ik tot mij hoe individuen wereldgebeurtenissen trachten te overleven in een dagelijkse realiteit vol afgunst, voortrekkerij, onmogelijke liefde, plichtsbesef, moreel protest, zelfhaat…

Bij zoveel wreedheid raakt mijn verstand in caleidoscopisch verval, altijd tracht het ernaar mooie dingen te produceren maar ze worden haast even snel verdrongen door akelige beelden, geëvoceerd door de oorlogsomschrijvingen die zoals herinneringen zijn geworden en in mijn brein blijven malen. De luciditeit is onderhevig aan een wreed invreten, teveel wijsheid maakt een wrak van mij.

Mattie

Fermettekes met blaffeturen

Sinds gisteren bekend raakte dat de gemiddelde verkoopprijs van ‘fermettes’ in Vlaanderen aan het kelderen is wegens een drastisch verminderde vraag bij ‘de jeugd’ die ‘liever uitgaat dan het gras af te rijden in het weekeinde’, heeft de discussie over architectuur en ruimtelijke ordening in onze regio nooit geziene hoogten bereikt. En zoals altijd in zulke gevallen (ik bedoel: hoog oplaaiende maatschappelijke discussies) staan de zelfverklaarde specialisten aan de socialemediatoog te drummen om hun licht op het verschijnsel te laten schijnen en enkele welgemikte en onweerlegbare one-liners te poneren. Goed opgeleide cultuurminnende tweeverdieners kunnen in deze niet achterblijven en mengen zich in de virtuele discussie. De teneur is deze: “met geen stokken krijgen ze me in zo’n achterlijk ‘fermetteke met blaffeturen’ dat hooguit in Bokrijk kan getolereerd worden om de souvenirshop en het sanitair blok te herbergen”. Die nuancering, dus.

Arch. Huib Hoste
Woning door arch. Huib Hoste

Plots is heel weldenkend, hoogopgeleid, cultuurminnend, dubbel en dik verdienend Vlaanderen voorstander van minimalistische architectuur, wat mij voorheen niet opgevallen was. Ik woon dan ook in Brussel-stad. Daar zijn weinig fermettes. Op het Oud Pannenhuys na, maar dat is een restaurant en ligt in Laken/Laeken. Dan mag het.
Hoewel ik zelf geen liefhebber ben (geef mij maar een huis van Fernand Brunfaut of Huib Hoste!), heb ik het toch wat moeilijk met de toon die vaak in de discussie over ‘fermettes’ wordt aangeslagen. Ieder zijn meug tenslotte, en goede smaak van nu is misschien wel een verschrikking voor komende generaties. Tenslotte is de lichtjes anarchistische benadering van architectuur en stedenbouw in ons land toch een van de charmes ervan. Liever fermettekes met blaffeturen dan identieke doorzonwoningen ‘op zijn Hollands’…

Als er liefhebbers zijn voor het uit traditionele materialen opgetrokken landelijke woningtype op een zuidelijk georiënteerd perceel van 10 are en 6 centiare (contradictio in terminis: de Oriënt zijnde het Oosten, maar kom, wie ben ik om de verkoopspraatjes van de makelaar te verbeteren?) en als die liefhebbers bereid zijn daar de nodige spaarcenten voor op te hoesten?
Als mensen gelukkiger zijn in een netjes onderhouden verkavelingswijk, waarom zouden ze dan naar een drukke straat in de stad verhuizen, waar er altijd wel buren zijn die het niet zo nauw nemen met de ophaaluren en -dagen voor het huisvuil? Waar ook vreemden wonen die niet eens van hier zijn!
Ieder zijn meug en tenslotte kan je evengoed op de onvermijdelijke echtscheiding wachten tussen netjes gemaaid gras en mooi gesnoeide buxus. Waar betaal je die dure tuinman anders voor?

Yves