6.000 vroege vogels

Zesduizend voorintekenaars op de Museumpas – die eigenlijk pas in september gelanceerd wordt – zullen een aantal plezierige bijkomstigheden kunnen genieten.

De museumpas geeft vanaf eerste gebruik 1 jaar lang onbeperkt toegang tot een honderdtal deelnemende musea over het ganse land. Voor cultuurliefhebbers die er snel bij zijn en die nu reeds hun pass aankopen is er extra genot: zij mogen hun pass direct beginnen gebruiken en deze wordt automatisch verlengd tot eind september 2019. Toch zowat een gratis trimester voor de vroege vogels, waaronder uw beide Pierewitters!

Vermoedelijk zal de huidige lijst mettertijd nog aangroeien, maar voor ons waren er toch al meer dan redenen genoeg om meteen in te tekenen.

Niet doorslaggevend, maar wel leuk is ook dat we onze pass mochten personaliseren door te kiezen uit een aantal kunstwerken van Belgische artiesten om er op af te drukken.

MPM_PASS_Rinus Van de Velde
Deze Rinus VAN DE VELDE is helaas al “uitverkocht” om je museumpas te personaliseren. Rest keuze uit 5 andere…

Wat ons wél helemaal over de streep trok is de prijs van het kleinood: de investering van €50,00 heeft een beetje kunstliefhebber er zo weer uit. Temeer omdat niet enkel de vaste collecties gratis en onbeperkt mogen bezocht worden, maar ook gelegenheidstentoonstellingen (soms met een kleine opslag, afhankelijk van museum en expositie).

We zouden er voorwaar lyrisch van worden en hierbij een vrolijk deuntje kwelen!

Word ook ambassadeur van de museumpas:
https://nl.shop.museumpassmusees.be

Yves & Mattie

Mijn kleine oorlog

De laatste tijd heb ik enkele boeken gelezen waarin oorlog een belangrijke rol speelt. Het blijft maar in m’n brein malen, we zien het alle dagen en sommigen ervaren het aan den lijve hoe slecht mensen kunnen zijn.
Met boeken over oorlog had ik vroeger niets, ik kon het me moeilijk verbeelden, het stond zo ver van me af. Met de jaren (ouder en wijzer èn grijzer) voel ik me er helaas veel dichter bij dan ik zou willen. Dagelijks word ik (on)rechtstreeks geconfronteerd met de gevolgen van oorlogen overal ter wereld: in de grote steden struikel je haast over de mensen die er trachten van weg te vluchten en op TV slaat men je dood (!) met afschuwelijke beelden van de zoveelste gifgasaanval, het zoveelste bombardement, van doden, gewonden, uitgehongerden et tutti quanti. Via de media krijg je ook een indruk over de in het verre Westen heersende cowboy die je af en toe koude rillingen bezorgt over een naderende Derde Wereldoorlog!

Het lezen van boeken over vele wrede aspecten der mensheid maakt me milder in mijn oordelen, doet me genuanceerder denken en meer begrijpen ‘van binnen uit’.

Alleen in Berlijn – Hans Fallada: over een bescheiden vorm van verzet tegen het naziregime en over vele soorten mensen die daar toen rondliepen. Meelopers, stille malcontenten, monsterlijke nazibeulen enz. Een sfeer van wantrouwen, verraden en verklikken, moordlust, onmenselijkheid… Hetzelfde soort thema’s in Wil van Jeroen Olyslaegers. Ik las nog andere boeken over die oorlog, waarin boeken werden verbrand en zogenaamde ‘Untermenschen’ werden opgesloten en zelfs vergast: De Boekendief van Markus Zusak, Als je het licht niet kunt zien van Anthony Doerr. Het aanbod is schier oneindig; het onderwerp is dan ook kwasi onuitputtelijk.

mijn-kleine-oorlog

De overgave van Arthur Japin gaat over oorlog in een verder verleden met name beschrijft hij tegen het decor van het gewoonlijk zo geromantiseerde Wilde Westen de gruwelijke situatie van de Comanche-indianen en de blanke kolonisten tijdens de Amerikaanse burgeroorlog in de 19de eeuw.

De bekeerlinge van Stefan Hertmans bevat eveneens uiterst bloedige en wrede scènes, veelal ondernemingen gemotiveerd door irrationeel religieus fanatisme. Je sympatiseert enorm met de hoofdpersonages die voortdurend on the road en op de vlucht zijn en telkens ei zo na in de pan gehakt worden:  een welgestelde Christelijke jonge vrouw die Joodse wordt uit liefde voor een jonge Joodse jongen. Kruistochten doorkruisen hun leven – zo hoort dat voor kruistochten – en je moet al een gevoelloze coloradokever zijn om niet in spanning te geraken tijdens de bestorming door kruisvaarders van het stadje waar ze eindelijk rustig woonden… De jacht op joden is er een waar bloedbad. Ik bespaar je de détails (Hertmans doet dit niet. Of toch. Het was vast véél erger!).

Het achtste leven van Nino Haratischwili, tot slot, is ook een verhaal met een hoofdrol voor oorlog, vetes, verraad en dreiging. Het is een familie-epos dat vijf generaties omspant tussen 1900 en nu, de gehele roerige, ‘rode’, vorige eeuw met de opkomst en ondergang van de Sovjet-Unie, het wegvallen van het IJzeren Gordijn en de perestrojka. Alweer neem ik tot mij hoe individuen wereldgebeurtenissen trachten te overleven in een dagelijkse realiteit vol afgunst, voortrekkerij, onmogelijke liefde, plichtsbesef, moreel protest, zelfhaat…

Bij zoveel wreedheid raakt mijn verstand in caleidoscopisch verval, altijd tracht het ernaar mooie dingen te produceren maar ze worden haast even snel verdrongen door akelige beelden, geëvoceerd door de oorlogsomschrijvingen die zoals herinneringen zijn geworden en in mijn brein blijven malen. De luciditeit is onderhevig aan een wreed invreten, teveel wijsheid maakt een wrak van mij.

Mattie

De merels zijn terug

’s Ochtends worden we weer wakker met dat heerlijke gezang van allerlei vogels. De merels steken er met kop en vleugels bovenuit door hun toonrijke deun. Het is nochtans bang afwachten geweest.

Vorig jaar vielen ze met hopen dood neer. Eén of andere ziekte decimeerde de merelpopulatie. Ze waren niet te redden. Eentje zat er een hele dag zielig dood te gaan, vlak naast mijn tuinbank. Hij piepte een bijna onhoorbaar piepje en legde na enkele uren het kopje neer. Voor altijd. Mijn vriend groef een kuil dicht bij de composthoop en stak de vogel onder de grond. De volgende dag lag er weer een lijk in de tuinkamer, net achter de rietkraag. Nog een begrafenis. En het getwiet verstomde.
We zijn gestopt met ze namen te geven. Het is zo droevig telkens afscheid nemen.

Dode merel in onze tuin (kl)

Maar nu zijn ze terug. En dat is fijn.
Van die smerige buxusrupsen daarentegen mag ik hopen dat ze NIET terug komen!

Mattie

ROT – alles behalve rot

Rule  of three – Jan Martens

Ik was zowat in trance toen ik me na de voorstelling naar de parkeergarage begaf.

Het begon met een kwartier vertraging en dicht bij de ingang wachtend op de gang hoorde ik de voorbereidingen met oorverdovend slagwerk. Wijselijk propte ik de oordoppen die we bij het onthaal aangeboden kregen in beide oren.  Degenen die bij de aanvang in het donker de plastic verpakking nog aan ’t openprutsen waren of zij die niet van plan waren hun gehoor te beschermen, vlogen enkele centimeters van hun stoel omhoog bij de eerste luide slagen! 

Ik keek gefascineerd naar de 3 dansers die na een korte introductie meteen stevig inzetten in een speelse pas waarbij ze elkaar ternauwernood konden ontwijken en telkens net niet hevig botsten. Moest de kleine danseres geen veel grotere passen nemen? Hóe doen ze dat? Moeten die dansers de hele tijd tellen, luisteren ze naar welbepaalde clues van de drummer? Die zwaaiende broekspijpen is dat niet hinderlijk? Ik kan er niet aan doen, de eerste minuten ben ik altijd bezig met het technische van zo’n stuk. Spannend! Dat verdwijnt stilaan op de achtergrond, er komt een soort afstand, een andere blik. 

ROT©PhileDeprez (verkleind)
ROT – foto Phile Deprez

Mooie bewegingen, kijken en niet kijken naar elkaar, geen of weinig contact. Zweetdruppels plensen op de vloer. Afstand, nabijheid, spanning, ontspanning, snelheid, concentratie. Prikkelende fragmenten waarbij ik spijt heb dat ik die domme oordoppen in heb want ik hou van de discrete doch soms toch waarneembare geluiden die een lichaam maakt wanneer het dergelijke repetitieve bewegingen maakt. Vlees tegen vlees, een bot dat lichtjes kraakt, een voet die zich stilletjes terug op de grond plaatst… Ik durf de gele moesjes er niet uit halen want die slagwerker kan onverwacht nogal ‘kepit’ geven. Goh wat geniet ik van die onvermoeibare knappe lijven in een ketting van bewegingen, die kleren, die kleuren binnen dat licht en dat ritme. Het zoemt en klopt en hamert en jankt en lacht en zeurt. Het schrijnt en zalft tegelijkertijd.

Na enkele scènes verandert de sfeer, zonder een duidelijke intentie -het lijkt even of ze op adem moeten komen, pauzeren, ze drinken daadwerkelijk water uit een fles – en ze doen alle drie hun kleren uit. Zoals ze enkele keren van kledij veranderden zijn ze nu veranderd in hun naakte zelf. Kwetsbaar en zoekend naar elkaar, vertraagd, rustig. Dit is zooo puur, het is nu ook muisstil. Ze komen in diverse constellaties bij elkaar, een enkele aarzeling en dan kruipen ze als het ware ín elkaar, als passende puzzelstukken. Ze vlijen een hoofd op een lichaamsdeel van de ander, laten een hand mooi rusten op een dij of kuit. Voor mijn ogen kijk ik naar levende composities zoals ik soms naar kunstwerken in een tentoonstelling kijk. Hier krijg ik op een andere manier veel meer, het telkens wisselende trio straalt -soms aarzelend maar door een subtiele glimlach toestemmend- vertrouwen en tederheid uit. En dan is het plots gedaan. En ik ben voldaan. Verrijkt. Wat een knappe voorstelling! 

Mattie – Mechelen, begin 2018