10 misvattingen over Pessoa rechtgezet (of niet)

In het straatbeeld van Lissabon is Fernando Pessoa alomtegenwoordig. De man die tijdens zijn leven de discretie zelve was en niet van zijn uiterlijk hield (hij haatte foto’s) is nu te vinden op elke straathoek. In het beste geval in de etalages van de talrijke boekhandels die de Portugese hoofdstad rijk is, als onderdeel van op toeristen gerichte marketingcampagnes. Neem daarbij de postkaarten, t-shirts, ontbijtmokken, siertegels of andere prularia die zowat overal te koop aangeboden worden en de indigestie is nabij. We zagen ooit zelfs een heuse Pessoa-set, compleet met neus, bril en snor!
Toeristen trekken selfies gezeten naast de bronzen versie van de Meester op het terras van het café a Brasileira do Chiado. Weinigen weten dat Pessoa er weliswaar kwam, maar zeker niet van harte. In een brief aan een bevriende journalist schreef hij zoiets als: “Ik hààt die plek, met al die pseudo-intelectuelen en would-be schrijvers!”. Fernando Pessoa kwam wel in een gelijknamig – ondertussen verdwenen – koffiehuis in de benedenstad, a Brasileira da Baixa. Het koffiemerk ‘a Brasileira’ (de Braziliaanse) bezat verschillende zaken.
Enfin, er valt veel recht te zetten, als het over de figuur Pessoa gaat! Het zijn soms triviale feiten die weinig essentieels toevoegen aan een beter begrip van zijn oeuvre, maar de waarheid heeft haar rechten en, zoals de Fransen zo mooi zeggen: “l’Histoire est faite de petites histoires!”…
Tijd voor een poging tot onderscheid van mythe en werkelijkheid.

Casa-Fernando-Pessoa2
Casa Fernando Pessoa – Rua Coelha da Rocha 16, Lisboa

1. Fernando Pessoa leefde in armoede.
Net als in het geval van Vincent van Gogh is dit een kwakkel! De alleenstaande van Gogh ontving een rijkelijke maandelijkse toelage van zijn broer Theo. Dat zijn tweewekelijks bordeelbezoek hem telkens 15 francs kostte, stortte hem niet meteen in de diepste armoede!
Pessoa zat wel eens krap bij kas, maar leende dan probleemloos wat geld bij meer gefortuneerde vrienden. Hij had netjes uitgerekend (de nota is bewaard) hoeveel hij uitgaf en was tot de conclusie gekomen dat vier halve dagen kantoorwerk per week volstonden om in zijn levensonderhoud te voorzien, de rest van zijn tijd kon hij dan aan de literatuur wijden. Hij beschikte over de sleutels van de bedrijven waarvoor hij werkte, zodat hij zijn uren naar eigen goeddunken kon regelen.
Erop gebrand steeds als een gentleman door het leven te gaan, wou hij er graag als dusdanig bijlopen. Zijn nagelaten papieren bevatten enkele beleefde herinneringen voor openstaande rekeningen bij een van de betere kleermakers van de stad, de nog steeds bestaande Lourenço & Santos, aan de Praça dos Restauradores. De dagelijkse bezoeken van zijn barbier-aan-huis, kunnen voor de burgerij van die tijd ook niet als buitensporig worden beschouwd. Die man ruimde elke morgen zijn kamer wat op en voorzag de schrijver van sigaretten en drank.
Pessoa verdiende bij als opsteller van reclameteksten en mede-uitgever van een handelsgids waarvoor hij advertentieruimte ronselde. Daarnaast schreef hij artikels voor verschillende kranten en vertaalde hij boeken (voornamelijk over occultisme en paranormale verschijnselen) in opdracht van Franse en Engelse uitgeverijen. Hij dacht er ook even aan zich als …astroloog te vestigen en stelde regelmatig tegen betaling horoscopen op onder de naam Raphael Baldaya.
Voor wat betreft zijn diverse literaire projecten vond Pessoa meestal geldschieters. Zo was de vader van de dichter Mário de Sa-Carneiro de financier van de twee eerste nummers van het tijdschrift Orpheu.
Zijn eigen stoomdrukkerij-uitgeverij ‘Ibis’, die hij met geld uit een erfenis opricht, gaat echter snel over de kop.
Pessoa leefde ook steeds in ‘deftige’ buurten, hetzij bij familie, hetzij op kamers. Hij verhuisde vaak, maar nooit naar goedkopere wijken zoals Alfama of Amoreiras, nochtans ook op wandelafstand van zijn geliefde Benedenstad.

2. Fernando Pessoa werkte als kantoorklerk.
Die misvatting is te wijten aan het feit dat de ik-figuur van O livro do desassossego (het boek der rusteloosheid), kantoorklerk-hulpboekhouder is in een handelszaak in de Rua dos Douradores, dezelfde buurt waar Pessoa werkte.
Pessoa was voornamelijk drietalig (Engels-Frans-Portugees) free-lance vertaler van handelscorrespondentie. Dat hij hogelijk gewaardeerd werd blijkt uit de vrijheid waarover hij beschikte in die functie. Hij zat ook nooit verlegen om werk.

3. Fernando Pessoa was homoseksueel.
Een van de langste gedichten van Pessoa, het in het Engels geschreven Antinous, gaat over het hevige verdriet van de Romeinse keizer Hadrianus bij de dood van zijn jonge minnaar Antinous. Het gedicht uit 1918 bevat duidelijk homo-erotische passages.
Onder zijn impuls verscheen bij uitgeverij Olisipo de zeer controversiële bundel Canções (Liederen) van António Botto. Pessoa moest in de pen kruipen ter verdediging van de openlijk homoseksuele schrijver. Noch diens levensstijl (hoge ambtenaar, getrouwd maar openlijk homoseksueel met veel minnaars…), noch zijn esthetiserende homo-erotische gedichten werden gesmaakt door de goegemeente.
Pessoa’s beste vriend, de eveneens homoseksuele dichter Mário de Sa-Carneiro, pleegde in 1916 zelfmoord in Parijs. Er is veel gespeculeerd over de aard van die vriendschap, maar in geen enkele brief ontdekt men iets dat zou kunnen wijzen op seksuele relaties tussen de twee mannen.
Die afwezigheid van seksualiteit is ook treffend in de brieven die Pessoa naar zijn enige gekende geliefde, Ofélia de Queiroz, stuurde tijdens hun twee periodes van verkering. Ook haar antwoorden blijven zeer zedig, zoals het een meisje van de toenmalige burgerij betaamde.
Vermoedelijk stierf Fernando als maagd.

4. Fernando Pessoa was (voor een deel) van Joodse origine.
Pessoa koketteerde zélf met een vermeende Joodse komaf: in een literaire vragenlijst omschreef hij zichzelf als hebbende “vaag Portugees-Joodse gelaatstrekken te wijten aan een kwart Joods bloed aan moederszijde”.
Misschien stamde zijn moeder af van zogenaamde ‘novo cristianos’ (onder dwang tot het christendom bekeerde Joden) en haalde hij die kennis uit familieverhalen? In het oer-katholieke Portugal van die tijd werd daar – de inquisitie indachtig – niet openlijk over gesproken. Tenslotte werd de wet op ‘Vrijwillige Terugkeer van verjaagde Joden’ pas in 2003 unaniem door het Portugese parlement aangenomen! Alleszins wordt Pessoa als Joods schrijver opgenomen in de lijst van Jewish poets and lyricists van de Joodse website http://www.jinfo.org. Er staat wel bij: “Jewish ancestry/degree unclear”. Misschien is het dus waar, misschien ook niet.

5. Fernando Pessoa bedacht zijn vier belangrijkste heteroniemen op één nacht tijd.
In een beroemde brief van 13 januari 1935 aan Adolfo Casais Monteiro, schrijft Pessoa dat hij op 8 maart 1914, staande aan een hoge lessenaar, als in extase begon te schrijven en dat vervolgens “de bucolische dichter Alberto Caeiro in hem verscheen.” In diens naam schreef hij achtereenvolgens een dertigtal gedichten. Vervolgens verscheen Ricardo Reis, een neo-klassiek volgeling van de Meester en ook de modernist Álvaro de Campos, wiens gedicht dan ook op een (moderne) schrijfmachine werd getikt: de Ode Triunfal.
Dit verhaal over de ‘oerknal’ van het oeuvre van Pessoa is jarenlang als waar overgeleverd. Wetenschappelijk onderzoek bewees onomstotelijk dat Pessoa hier zijn zoveelste mystificatie heeft opzet. Tekstanalyse toont dat sommige gedichten door de schrijver geantidateerd zijn om dat romantische verhaal te doen kloppen. Hij gebruikte trouwens van in zijn prilste jeugd fictieve personages als alter ego’s, hetzij om de eenzaamheid te verdrijven, hetzij om er een fictieve correspondentie mee te voeren. O poeta é um fingidor (de dichter is een veinzer).

6. Fernando Pessoa was een alcoholist.
Niemand zag Pessoa ooit dronken (er zijn alleszins geen getuigenissen van gekend), daarvoor was hij te zeer gentleman. Wel is zeker dat de schrijver teveel dronk. Vooral ’s nachts wanneer hij schreef. Pessoa leed aan slapeloosheid en schreef en dronk hele nachten door. Overdag had hij de gewoonte om tussen het werk door even “naar Abel” te gaan. Een vrijpostige jonge bediende wierp hem ooit toe: “Maar Doutor Pessoa, u drinkt als een spons!”, waarop de schrijver onverstoorbaar repliceerde: “Als een spons? Als een ganse sponzenwinkel, zal je bedoelen. En met het magazijn erbij!” Zijn drankgebruik had blijkbaar geen noemenswaardige invloed op zijn werk: iedereen bleef vol lof over zijn kwaliteiten als vertaler en hij werd regelmatig aanbevolen voor nieuwe opdrachten.
Op de achterzijde van een foto die hij zijn geliefde Ofélia liet bezorgen, noteerde hij de woordspeling: “Em fragrante delitro!” (“Op literdaad betrapt!”). De opname toont hem, een glas wijn aan de lippen, staand aan de toonbank van Abel da Fonseca, een wijnbar in de discrete Rua da Bandeira, op wandelafstand van kantoor. Een afdruk van de foto hangt er nog achter de toog.

Pessoa-em fragrante delitro
Pessoa in Abel da Fonseca (wijnbar Rua da Bandeira)

7. Fernando Pessoa was vrijmetselaar.
Het staat vast dat Pessoa aangetrokken was door filosofie en occultisme. Meer nog dan nu, deden aan het begin van de twintigste eeuw de wildste verhalen de ronde over de vrijmetselarij. De geheimdoenerij binnen de Loge was zowel oorzaak als gevolg van de haat die in katholieke kringen aan het genootschap werd toegedragen. Ook inzake zijn eventueel lidmaatschap onderhield Pessoa de dubbelzinnigheid. Hij was niet vies van enige controverse. Toen Salazar een wet liet goedkeuren om het lidmaatschap van ‘geheime genootschappen’ (lees: de vrijmetselarij) aan banden te leggen, veroordeelde Pessoa in een krantenartikel deze maatregel in de scherpste bewoordingen, zonder zich tot het filosofisch genootschap te bekennen.
In een enquête opgezet door een literair tijdschrift uit Coimbra, beantwoordt hij de vraag over lidmaatschap van sociale, filosofische  of religieuze verenigingen, met: “ingewijd (van Meester tot Meester) in de hogere graden”. Een grapje, waarschijnlijk…
In de brief waarmee hij zijn relatie met Ofélia definitief verbreekt, schrijft hij dan weer: “Mijn Werk luistert naar Meesters die noch vergeven, noch vergeten; je wordt niet verondersteld dat te begrijpen”. Beide uitspraken mogen gerekend worden tot restanten van de symbolistische romantiek uit zijn jeugdjaren.
Portugese vrijmetselaars, hierover aan de tand gevoeld, antwoordden zonder de minste aarzeling:  “Fernando Pessoa werd nooit ofte nimmer ingewijd in een Portugese vrijmetselaarsloge! Helaas.”

8. Fernando Pessoa liet een hutkoffer met 27.543 pagina’s tekst na.
In 1975 droegen de erfgenamen van de schrijver de beruchte ‘baú’, waarin de schrijver zijn papieren bewaarde, aan de Portugese Staat over. Tegen een fikse vergoeding, welteverstaan. Die hutkoffer bevatte 27.543 tekstfragmenten, neergeschreven op alle mogelijke dragers: van notaboekjes, oude enveloppen, achterkanten van drukwerk, tot stomerijrekeningen: Pessoa recycleerde avant-la-lettre!
Helaas vormden deze schrijfsels niet het volledige nalatenschap: in de veertig jaar na zijn dood konden nogal wat mensen bij de paperassen van Pessoa! Wetenschappelijke onderzoekers, studenten en ook familie van de schrijver hadden regelmatig toegang tot de kist. Kisten zou correcter gesteld zijn, want uit de getuigenis van zijn nicht weten we dat Pessoa, behalve de grote hutkoffer nog over minstens één kleinere kist beschikte om papieren in op te bergen. Van die kist en haar inhoud is geen spoor. De familie maakte ook regelmatig manuscripten te gelde: getuige daarvan de grote veiling die zou worden gehouden in Londen. Die ging niet door omdat de tante van Pessoa het geheel aan de Portugese Staat verkocht. Ondertussen waren wel interessante fragmenten van het werk verdwenen. Het gevolg is dat, alle inspanningen ten spijt, wij nooit over het volledige werk van het Portugese genie zullen kunnen beschikken.

9. Fernando Pessoa voorspelde zijn sterfdatum.
Als verwoed astroloog, stelde Fernando Pessoa talloze horoscopen op. Niet alleen van mensen: ook van Portugal bijvoorbeeld, of om de slaagkansen van een project in te schatten. Zijn eigen horoscoop vertrok blijkbaar van onnauwkeurige gegevens, zodat hij er opnieuw een opstelde, met telkens variaties van enkele minuten wat betreft zijn geboorteuur. Hij voorspelde zo zijn eigen overlijden eind november 1935!

10. Fernando Pessoa’s laatste woorden waren om zijn bril te vragen.
De laatste geschreven woorden van Pessoa waren in een wat archaïsch literair Engels gesteld : “I know not what tomorrow will bring!”
Op zijn sterfbed in het Hospital San Luis dos Franceses vroeg hij om zijn bril en blies zijn laatste adem uit.

Yves

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s