Dood van een genie.

Ik heb een hekel aan het woord genie. Het veelvuldig rondstrooien met het epitheton ‘geniaal’ om, in het beste geval, getalenteerde kunstenaars te eren, heeft de betekenis ervan volledig uitgehold. Tegenwoordig is elke hond met een hoed op bij wijze van spreken een genie. Als de pluimpjes maar kleurrijk genoeg zijn!

portret van Pessoa
Almada Negreiros, Portret van Fernando Pessoa

Maar hoe omschrijf je dan wél een schrijver wiens oeuvre drieëntachtig jaar na zijn overlijden nog steeds niet volledig is gepubliceerd? Een loser?
Niet dat er geen pogingen toe ondernomen zijn; reeds snel na zijn dood waren enkele van zijn bewonderaars eraan begonnen. Over de kwaliteit en diversiteit van het werk bestond nauwelijks twijfel,  in zijn laatste levensjaren was Pessoa herontdekt door een jongere generatie schrijvers en critici , ook in het buitenland.

Maar Fernando Pessoa (1882-1935) had zélf het probleem geschapen. In de beruchte kist(en) uit zijn nalatenschap werden zomaar eventjes een slordige achtentwintigduizend (!) tekstfragmenten ontdekt. Slordig mag hier trouwens zeer letterlijk genomen worden. De weinige volledig geredigeerde teksten – toch ook al ettelijke honderden – waren vaak neergeschreven in een abominabel, bijna onleesbaar handschrift.
De meeste tekstfragmenten waren echter aanzetten tot later uit te werken artikels, essays, kritieken, verhalen, toneelstukken, gedichten, traktaten of esthetische theorieën. Zelden gedateerd. Het leek erop dat de man die van ‘raciocinar’ (logisch denken) en tot in den treure redeneren zijn handelsmerk had gemaakt, er maar niet in slaagde zijn lawine aan ideeën en ingevingen te kanaliseren. Waarschijnlijk ook de reden waarom hij niet toekwam met een enkel schrijversleven en er daarom een aantal heteroniemen naast bedacht om aan zijn geestesvruchten een stem te geven. De vier belangrijkste zijn wel bekend: Alberto Caeros, Ricardo Reis, Álvaro de Campos en Bernardo Soares. Bij een recent bezoek aan de Casa Fernando Pessoa in Lissabon, leerden we de ware omvang van het fenomeen kennen. Daar waar de Nederlandse vertaler en Pessoa-kenner August Willemsen in een essay* van zo’n twintigtal heteroniemen gewag maakte, toonde de bibliothecaris ons een recent werk** dat 136 afsplitsingen van Pessoa recenseerde! Sommigen hadden enkel een brief of een artikel geschreven, of een enkel gedicht. Anderen, waaronder natuurlijk de vier belangrijksten, een volledig zelfstandig oeuvre.
Vanuit die erfenis een verantwoorde uitgave van het volledig werk uitgeven is – excusez le mot – geen kattenpis!
Want tijdens zijn leven heeft Pessoa natuurlijk ook wel wat gepubliceerd. Velen dachten in de ‘baú’ (hutkoffer) alle onuitgegeven teksten van de schrijver aan te treffen. “Elke dag worden onuitgegeven manuscripten ontdekt (…) overal dezelfde verwondering: wat vroeger bekend was is slechts een deel van zijn werk!” schrijft Leyla Perrone-Moisés in de tentoonstellingscatalogus De wereld van Pessoa, ter gelegenheid van Europalia Portugal ’91.

Pessoa-em fragrante delitro
“Em fragrante delitro”
(“Op ‘literdaad’ betrapt”, schreef Pessoa op een foto bestemd voor Ophelia de Queiróz, zijn enige geliefde)

Pessoa publiceerde veel, zij het in obscure tijdschriften, die een kort leven beschoren waren. Zo telde Orpheu in 1915 maar twee nummers naast een derde dat nooit verscheen wegens geen financiering meer. Toch was het tijdschrift van ongelooflijk belang: het introduceerde de moderniteit in het Portugese, nogal provincialistisch en ingedommeld, culturele wereldje. De uitgave veroorzaakte een schok, waarbij in conservatieve schande werd gesproken van het ‘pornografische’ karakter van sommige bijdragen.

Naast bijdragen aan literaire tijdschriften en kranten liet Pessoa slechts weinig verschijnen: 35 English Poems en Antinous, in eigen beheer uitgegeven, hadden zijn doorbraak in Engeland moeten betekenen (Fernando Pessoa was niet gespeend van enige megalomanie) maar werden daar genegeerd. Het leverde hem welgeteld twee krantenrecensies op: een in de Times en eentje in de … Glasgow Herald. Niet bepaald een triomfantelijk onthaal.

Alles voelen, op alle wijzen!
De enige keer dat Fernando Pessoa zich expliciet met een literaire beweging identificeerde, was toen hij in 1917 in een krant de verdediging opnam van zijn eigen heteroniem Álvaro de Campos, wiens Ultimatum! voor een rel zorgde in weldenkende kringen. Hij ondertekende zijn bijdrage met: Fernando Pessoa, Sensationist.
Het Movimento Sensacionista, door Pessoa zelf gesticht, was, eenvoudig gesteld, de Portugese versie van het Futurisme. De Campos’ Ultimatum! was trouwens rechtstreeks geïnspireerd door het Futuristisch Manifest dat Marinetti in 1909 in de Franse krant Le Figaro had gepubliceerd. Naast de bevriende schrijvers uit de entourage van Pessoa, maakten ook plastische kunstenaars zoals Almada Negreiros of de grapjas/schilder Santa Rita Pintor deel uit van de beweging.
Pessoa’s sensationisme onderscheidt zich van zijn collega futuristen door een tot in het extreme doorgevoerde symbiose van denken en voelen. Het maakt zijn oeuvre meer tot writers’ writings, minder spectaculair en toegankelijk, misschien. Die permanente analyse van gevoelens en gedachten is de essentie van het werk, waarbij de uitspraak van Álvaro de Campos “alles voelen, op alle wijzen!” ook kan gelezen worden als “alles denken, ook het voelen, alles voelen, ook het denken!”.
Velen zullen er een wat puberale ingewikkelddoenerij in willen zien. Feit is dat, na het decadente en epicuristische symbolisme van het einde van de negentiende eeuw, de kunstwereld in Portugal best enige intellectuele diepgang kon gebruiken. De mannen (er is mij in die periode geen vrouwelijke artieste bekend in Portugal) van Orpheu trokken de lijn onder het verleden trouwens niet zo abrupt als Ultimatum! van de Campos/Pessoa zou laten vermoeden: zelfs Pessoa publiceerde er teksten in die nog schatplichtig waren aan bv. Maeterlinck, waarvan hij een grote bewonderaar was.

We kunnen stellen dat zijn ingewikkeld rollenspel met heteroniemen Pessoa parten gespeeld heeft. Hij is bij wijze van spreken verstrikt geraakt in een zodanig ingenieuze constructie, dat het quasi onmogelijk leek er zonder kleerscheuren uit te komen. Elke figuur had zijn rol die gespeeld moest worden. Zo nodig liet de schrijver hen verdwijnen, sterven (Caeiro), emigreren (de Campos) of in ballingschap vertrekken (Reis).
Het moet een enorme mentale belasting geweest zijn voor iemand met een naar eigen zeggen zwakke psyche.

Yves

*August Willemsen, Fernando Pessoa: Het ik als vreemde. Ed. Arbeiderspers
**Jerónimo Pizarro & Patricio Ferrari, Eu sou uma antologia. 136 Autores Fictícios. Ed. Tinta da China.

Fernando Pessoa °13/06/1888 – ◊29/11/1935

Volgende week: Fernando Pessoa, mythe en werkelijkheid

De gruwelijke sprookjes van Paula Rego

Wie zich rept kan nog tot eind november op een dertigtal kilometer van de Portugese hoofdstad Lissabon, in het lieflijke kuststadje Cascais, de gruwelijke sprookjes van Paula Rego ontdekken. Geen beter excuus om een citytrip naar Lisboa te boeken!

In 1976 dong de (toen nog) Portugese kunstenares naar een werkbeurs bij de befaamde Fundação Gulbenkian. Zij vroeg en bekwam de nodige middelen om onderzoek te doen naar traditionele volksverhalen en sprookjes. Paula Rego genoot toen al enige bekendheid met werk gebaseerd op thema’s uit de Oudheid. Gaandeweg schakelde ze over naar een eigen mythologie die door Sprookjes en volksverhalen werd bevolkt.

Paula Rego - branca de neve
Paula Rego, Snow White and Her Stepmother, 1995

Sprookjes en populaire cultuur zouden haar blijvend inspireren.
Verwacht hierbij echter geen zeemzoeterige vertelseltjes voor brave kinderen: naast een moraliserende boodschap hebben de sinds mensenheugenis doorvertelde verhaaltjes dit gemeen dat ze steevast een ferme portie gruwel bevatten, naast amper verdoken seksuele toespelingen. Het lijkt erop dat de kunstenares de thematiek aangrijpt om eigen angsten te lijf te gaan. Niet iedereen zal het hiermee eens zijn, maar bij mij riep de rol van de afwezige vader beklemmende vragen op. Vooral omdat die in Paula’s jeugd niét afwezig was: het volledige gezin verhuisde naar Londen toen zijn ingenieurscarrière hem daar riep.
In de grote zaal van de Casa das Histórias Paula Rego draait een video op groot scherm. Je ziet er de artieste in haar Londens atelier. Samen met haar assistenten bouwt ze een hele constructie met zwevende vrouwenlichamen, opgezette vogels en een barende man. In de commentaar zegt ze dat ze het fascinerend zou vinden indien mannen ook eens zouden zwanger raken en bevallen…
In dezelfde zaal hangt een reeks over Roodkapje. De eerste tekening heet ‘a happy family’ en toont de oma, de moeder en het dochtertje met rode kapmantel. Roodkapje. Van de vader geen spoor te bekennen, dat kan geen toeval zijn. Wel van een vervaarlijk uitziende getatoeëerde man die later onder de wolfsvacht Roodkapje aanrandt. Daarna volgt een tekening waarbij de moeder (en niet een Jager, zoals in het sprookje!) de wolf te lijf gaat met een riek. Een laatste toont diezelfde moeder, op een moderne bureaustoel gezeten, getooid met de ruige vacht van de wolf. ‘Als een trofee’ zegt het bijhorende tekstplaatje.
Paula Rego voerde haar onderzoek grondig en analyseerde zowel de sprookjes van Hans-Christian Andersen, van de gebroeders Grimm, de Fransman Perrault, als deze van een obscure Italiaanse auteur uit de quatrocento, naast verhalen uit de Portugese mondelinge traditie.
De Sneeuwwitjes, Repelsteeltjes, Roodkapjes allerhande passeren de revue, samen met minder voor de hand liggende figuren. Of had ú al gehoord van Principe Porco? Een prins als een varken geboren? Diens zoektocht naar de Ware Liefde die hem zijn prinselijk uiterlijk moest bezorgen, inspireert Paula Rego tot prachtige, liederlijke litho’s, waarin zij haar tekentalent en kleurgevoel ten volle kan tonen. Absoluut meesterlijk!

Met haar werk rond sprookjes en volksverhalen heeft Paula Rego de bakens van het genre verzet. Daar waar bijvoorbeeld Salvador Dalí met zijn illustraties bij ‘Pantagruel’ van François Rabelais nog dicht bij de tekst bleef, heeft zij resoluut de verhalen naar haar hand gezet. Ze blijven herkenbaar, maar hebben er een persoonlijke dimensie bij gekregen, gevoed door (on)verwerkte trauma’s, angsten en verlangens. De verhalen worden hier een voorwendsel voor introspectie.

Casa Paula Rego - Architect Souto de Moura
Casa Paula Rego – Architect Eduardo Souto de Moura (2005-2009)

De bezoeker moet er wat voor over hebben, maar de verplaatsing loont de moeite: bovenop de werken van Paula Rego komt hij/zij in een atypisch, maar wondermooi museum terecht, gebouwd door tweevoudig Pritzker Prize-winnaar Eduardo Souto de Moura. Het gebrek aan bewegwijzering ernaartoe moet men er maar bijnemen.
Het kustplaatsje Cascais is trouwens een wandeling waard.

Yves

Tot eind november (waarna opnieuw de vaste collectie te zien is)
in Casa das Histórias Paula Rego
Avenida da Republica 300
Cascais – Portugal

www. casasdashistoriaspaularego.com