Op een Blauwe Maandag

In tegenstelling tot wat vroeger aan kindjes werd wijsgemaakt, is nieuwsgierigheid een schone deugd. Men weet nooit genoeg, volgens mij.
Maar net zoals bij het reizen is niet de eindbestemming het belangrijkste, wel de ervaringen opgedaan onderweg. Bij het vergaren van kennis is het dus zaak vooral verloren te lopen en van de ene wetenswaardigheid naar de andere onbenulligheid te hinkstappen.

Zo was ik, op een blauwe maandagmorgen, bij het bekijken van een pastel van de Belgische pionier van de abstractie, Joseph Lacasse (1896-1975), geïntrigeerd geraakt door de slechte staat van de drager. Het dun zwart papier dat de kunstenaar gebruikte, vertoonde een patroon van rimpelingen, alsof het waterschade had geleden. Het droge krijt vertoonde dan weer geen sporen van vocht.

lacasse
Joseph Lacasse, ‘Caillou’ pastel op dun papier, 1910

Enfin, zo kwam ik ertoe wat te gaan grasduinen (mooi woord, grasduinen, moet ik de oorsprong eens van opzoeken!) in de historische en technische aspecten van het schilderen met pastel.

U las het goed, schilderen, niet: tekenen. In onze contreien heeft men het steevast over pasteltekeningen, maar de bakermat van de pastel(schilder)kunst ligt bij onze Zuiderburen. En daar is het “peindre au pastel”. De sfumato-effecten die met de droge pigmentpijpjes konden bereikt worden, lagen dichter bij geschilderde resultaten dan bij potlood- of zilverstifttekeningen, vandaar. En het klonk ook chiquer.

Pastel komt dus uit Frankrijk, meer bepaald uit het Zuiden van Frankrijk, waar Occitaans werd gesproken, of Provençaals, dat ben ik even kwijt (checken!). Pastel is Occitaans/Provençaals voor pasta. De wedeplant (Isatis tinctoria) werd er lang geleden, voor de komst van indigo, geoogst en te rotten gelegd tot er een kleiachtige pasta ontstond. Deze pastel werd in de lakenindustrie gebruikt om wol te kleuren. Het weekproces startte op zaterdag, pas op maandag werden de stukken textiel uit de week gehaald en te drogen gehangen. Die ‘verloren’ dag moesten de wevers verplicht werkloos toekijken. Sommigen beweren dat de uitdrukking ‘Op een Blauwe Maandag’ hier zijn oorsprong vindt.

De pastel werd ook in bolletjes gerold, ‘cocagnes’ genaamd, die dan tot droge staafjes werden geperst, een soort krijtjes. Door toevoeging van andere pigmenten, bekwam men een gans gamma kleurtjes die niet alle even lichtecht waren. Zeker in de negentiende eeuw leidde dat tot regelrechte rampen. Kunstwerken verkleurden helemaal binnen de paar weken.

Aangezien pastels ook geen bindmiddel, zoals olie, bevatten, vormt de hechting aan de drager óók een groot probleem. Daarvoor werd er fixatief ontwikkeld, dat door middel van een blaaspijpje voorzichtig op het werk werd geprojecteerd. Nu hebben we daar spuitbussen voor.

Bij nader inzien, denk ik dat de mooie pastel ‘Caillou’ door Lacasse in 1910 op flinterdun papier geschilderd/getekend, eerder te lijden heeft gehad onder een iets te enthousiast gebruik van de fixatiefspuit dan van waterschade. En misschien vond Lacasse het effect van rimpelingen, als van een kei die in het water wordt gegooid, gewoon een leuke toevalligheid. We hoeven tenslotte niet álles te weten, wanneer het om Kunst gaat.

Yves

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s