Bildarchitektur

Nieuwe vormen tijdens het interbellum:
Flouquet, Léonard, Kassák et quelques autres…

Avant-garde is een omstreden term die vaak misbruikt wordt, of tenminste verkeerd begrepen. Het begrip werd voor het eerst in 1825 door de Franse cultuurfilosoof Saint-Simon gebruikt om een vernieuwende literaire stroming te benoemen. Hij stelde dat de avant-garde literatuur “functioneel, didactisch en daarom eenvoudig te begrijpen” hoorde te zijn. Niet bepaald wat er later van geworden is! De term werd in 1907 gekaapt door de dadaïsten van Cabaret Voltaire in Zürich. Vanaf toen kreeg het vormelijk aspect meestal de bovenhand op het inhoudelijke.
Hedendaagse kunstenaars rekenen zichzelf graag tot een zelfverklaarde avant-garde, waarbij bijna meesmuilend gedaan wordt over navolgers, hoe goed die ook mogen zijn.
Alsof ‘eerst zijn’ borg zou staan voor kwaliteit!
Waar eindigt trouwens  de voortrekkersrol van een kunstenaar of beweging vooraleer over te gaan in mainstream? En misschien belangrijker nog: wat is de blijvende invloed van die voortrekkers op latere generaties artiesten?
Om het toch wat overzichtelijk te houden spreken kunsthistorici over de ‘historische avant-garde’ wanneer ze het (grosso modo) hebben over de kunststromingen die elkaar opvolgden tussen het ontstaan van het kubisme en de Tweede Wereldoorlog. De snelle opeenvolging van -ismen maakt dat het vak kunstgeschiedenis vaak meer lijkt op een rijmwoordenboek dan op een cursus stijlkennis.
Oordeel zelf: na impressionisme en  post-impressionisme, kwamen er achtereenvolgens, maar niet noodzakelijk in die volgorde en uiteraard met de nodige overlappingen: kubisme, dadaïsme, futurisme, orfisme, neoplasticisme, elementarisme, suprematisme, constructivisme, modernisme, machinisme, socialistisch realisme, surrealisme, (al dan niet abstract)expressionisme, magisch realisme, spatialisme, minimalisme, cynetisme en ik vergeet waarschijnlijk nog een paar regionale varianten, zonder het te willen hebben over de obligate tegenbewegingen:  soms leken het wel sektes waarbij afvalligen even snel op de brandstapel belandden  als na het tweede concilie van Trente…
De historische avant-garde in onze contreien kende haar hoogtepunt in de kringen rond voornamelijk twee tijdschriften: het Franstalige ‘7 Arts’ en het Vlaamse ‘Het overzicht’. Ik schrijf bewust ‘Vlaams’ omdat de initiatiefnemers duidelijke wortels hadden in het Cultureel Flamingantisme. Dat sommige medewerkers later regelrecht in de collaboratie belandden, doet hier weinig ter zake.
Uiteraard verschenen er overal in Europa en elders gelijkaardige tijdschriften om nieuwe stromingen en bewegingen te promoten. Ze verdwenen meestal sneller dan ze opdoken. Het mag een  wonder heten dat beide Belgische bladen het zo lang uithielden en internationale bijval kenden. Van ‘Het ‘Overzicht’ verschenen vierentwintig nummers op vier jaar tijd en ‘7Arts’ bereikte wekelijks (!) acht jaar lang abonnees over gans Europa en zelfs daarbuiten.
Misschien dankten de initiatieven hier te lande wel hun succes aan het feit dat ze niet al té streng in de leer waren. Mondriaan en van Doesburg, bijvoorbeeld, waren zo rigide in hun opvattingen, dat hun blad  ‘De Stijl’ soms meer op de kroniek van een permanente familieruzie leek dan op het orgaan van een serieuze kunststroming. Mondriaan verliet trouwens ‘De Stijl’ met slaande deuren toen Theo van Doesburg ook diagonalen introduceerde in zijn schilderijen. Een onaanvaardbare frivoliteit voor de asceet die wel van salondansen hield, maar waarvan de partners zeiden dat hij danste zoals hij schilderde.

flouquet-7644dig-l_small@2x
P-L. Flouquet – Architectuur – Vormen

Pierre-Louis Flouquet (Parijs 1900 -Dilbeek 1967) was een studiegenoot van Magritte, met wie hij een tijdlang een atelier deelde. Hij was de drijvende kracht achter tal van tijdschriften (waaronder ‘7 Arts’ op zijn 22ste!) en introduceerde via boeken en artikels het modernisme in België. Zijn intellectuele benadering van de schilderkunst temperde hij door zijn wens een moderne beeldtaal te introduceren in alle aspecten van het dagelijks leven. Na de Eerste Wereldoorlog lag het land volledig in puin, natuurlijk, en velen snakten naar wat kleur en optimisme na de horror. Tijdens zijn legerdienst in Frankrijk leerde hij kubistische en futuristische kunstenaars kennen. Hij knoopte er blijvende vriendschapsbanden aan, contacten die later zouden uitmonden in een internationaal netwerk van avant-garde kunstenaars. De brede interesse van Flouquet en zijn vertrouwdheid met de internationale kunstscène, lieten hem binnen zijn eigen werk uitstijgen boven het provincialisme en de wat kneuterige anekdotiek van sommige van zijn collega’s in België. Hij beperkte zich trouwens ook niet tot schilderen of grafiek: Als dichter, organisator van exposities, publicist, architectuurcriticus en uitgever, verwierf hij een invloed die moeilijk te overschatten valt. Misschien heeft alomtegenwoordigheid zijn eigen artistieke carrière zelfs wat in de weg gestaan.

Jos Leonard_1925
Jos Léonard – Compositie 25

Jos Léonard ( Antwerpen 1892- Brussel 1957) verdedigde in geschriften fel een autonome en zuiver abstracte kunst. Het is dan ook wat vreemd  te moeten vaststellen dat hij in zijn artistiek werk – hij werkte daarbuiten ook als toegepast graficus – eigenlijk zelden volledig loskomt van de figuratie. In sommige hier getoonde werken is dat bijna gênant: de grote aquarel ‘Landschap met echo’ bijvoorbeeld toont ons een berglandschap met daarin een nietig personage (de schilder?) dat tegen de bergtoppen op schreeuwt. De echo komt in golven terug. Anekdotische elementen, zoals een drietal sparren, een houten hek in de alpenwei of een gebouw met de letters Hotel erop,  herleiden het op zich interessante uitgangspunt van de weergave van klankgolven tot een soort te drukke, kinderlijke herinnering aan een vakantie-uitstap. Er ontbreekt enkel een zwartgevlekt  koetje om de miskleun volledig te maken. Onbegrijpelijk, omdat, in enkele zeldzame gevallen, schilderijen van Léonard die realiteit wél kunnen sublimeren in prachtige, sobere composities. Vreemd, of misschien ook niet wanneer men weet dat Léonard, die ook als graficus actief was, vanaf 1924 zijn energie voornamelijk stak in het zakelijk uitbouwen van een succesvol grafisch bureau, Studio Novio dat, tot in Amerika toe, hoge ogen gooide met vernieuwend grafisch werk.

10669_295_200_FSImage_0_beeld-2-copyright-annette-kradisch
Lajos Kassák – Bildarchitektur, 1923

Van de  Hongaarse modernist Lajos Kassák (NovéZámky188- Budapest 1967) had ik nog nooit gehoord, noch van zijn tijdschrift ‘Ma’ (Vandaag). Zijn werk leunt formeel aan bij dat van Flouquet (met wie hij contacten onderhield) en Léonard, hoewel deze laatste een minder strakke vormentaal hanteerde. Méér dan het confronteren van plastisch verwant werk, evoceert deze tentoonstelling een tijdsgeest. Kassák publiceerde in 1922 een eigen theorie van de geometrische abstractie met als titel ‘Bilderarchitektur’, niet toevallig het jaar van de lancering van ‘7 Arts’ door Flouquet (die hij twee jaar eerder in Parijs ontmoet had) en van het legendarische ‘Tweede Congres voor Moderne Kunst’ met aansluitende tentoonstelling van de ‘Kring voor Moderne Kunst’ van Jozef Peeters in Antwerpen.
Beschuldigd van burgerlijk revisionisme zag Kassák zich, na de val van de Hongaarse Radenrepubliek in 1919, verplicht Budapest te ontvluchten voor Wenen, waar hij zijn uitgeversactiviteiten en zijn schilderen kon verderzetten. Als autodidact pinde hij zich niet vast op één stijl en produceerde zonder vooroordelen in diverse technieken en vormen naargelang de omstandigheden. In die zin is zijn werk uitermate modern. Nadat hij in 1926 naar Budapest terugkeerde, werd hij eerst een prominente stem in het intellectuele leven van het land. Zijn onafhankelijke geest maakte dat hij later zowat monddood werd gemaakt door de officiële instanties.

De inspirerende rol van de historische avant-garde op alle aspecten van ons dagelijks leven is verre van uitgespeeld. Denk maar aan de invloed ervan op architectuur en design, mode, reclame of gebruiksgrafiek. Ook kunstverzamelaars beginnen te beseffen dat binnen de grote artistieke bewegingen van de eerste helft van de twintigste eeuw nog veel te ontdekken valt. Deze tentoonstelling toont naast de drie affichehoofden Flouquet, Léonard en Kassák, ook werk van enkele verwante artiesten, zoals bijvoorbeeld de nog steeds onderbelichte Victor Servranckx. Dat valt toe te juichen en laat hopen op meer!

Yves

Architectuur van het beeld tijdens het interbellum
tot 4 – 11 – 2018
Mu.ZEE
Romestraat 11, Oostende
www.muzee.be

 

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s