ROT – alles behalve rot

Rule  of three – Jan Martens

Ik was zowat in trance toen ik me na de voorstelling naar de parkeergarage begaf.

Het begon met een kwartier vertraging en dicht bij de ingang wachtend op de gang hoorde ik de voorbereidingen met oorverdovend slagwerk. Wijselijk propte ik de oordoppen die we bij het onthaal aangeboden kregen in beide oren.  Degenen die bij de aanvang in het donker de plastic verpakking nog aan ’t openprutsen waren of zij die niet van plan waren hun gehoor te beschermen, vlogen enkele centimeters van hun stoel omhoog bij de eerste luide slagen! 

Ik keek gefascineerd naar de 3 dansers die na een korte introductie meteen stevig inzetten in een speelse pas waarbij ze elkaar ternauwernood konden ontwijken en telkens net niet hevig botsten. Moest de kleine danseres geen veel grotere passen nemen? Hóe doen ze dat? Moeten die dansers de hele tijd tellen, luisteren ze naar welbepaalde clues van de drummer? Die zwaaiende broekspijpen is dat niet hinderlijk? Ik kan er niet aan doen, de eerste minuten ben ik altijd bezig met het technische van zo’n stuk. Spannend! Dat verdwijnt stilaan op de achtergrond, er komt een soort afstand, een andere blik. 

ROT©PhileDeprez (verkleind)
ROT – foto Phile Deprez

Mooie bewegingen, kijken en niet kijken naar elkaar, geen of weinig contact. Zweetdruppels plensen op de vloer. Afstand, nabijheid, spanning, ontspanning, snelheid, concentratie. Prikkelende fragmenten waarbij ik spijt heb dat ik die domme oordoppen in heb want ik hou van de discrete doch soms toch waarneembare geluiden die een lichaam maakt wanneer het dergelijke repetitieve bewegingen maakt. Vlees tegen vlees, een bot dat lichtjes kraakt, een voet die zich stilletjes terug op de grond plaatst… Ik durf de gele moesjes er niet uit halen want die slagwerker kan onverwacht nogal ‘kepit’ geven. Goh wat geniet ik van die onvermoeibare knappe lijven in een ketting van bewegingen, die kleren, die kleuren binnen dat licht en dat ritme. Het zoemt en klopt en hamert en jankt en lacht en zeurt. Het schrijnt en zalft tegelijkertijd.

Na enkele scènes verandert de sfeer, zonder een duidelijke intentie -het lijkt even of ze op adem moeten komen, pauzeren, ze drinken daadwerkelijk water uit een fles – en ze doen alle drie hun kleren uit. Zoals ze enkele keren van kledij veranderden zijn ze nu veranderd in hun naakte zelf. Kwetsbaar en zoekend naar elkaar, vertraagd, rustig. Dit is zooo puur, het is nu ook muisstil. Ze komen in diverse constellaties bij elkaar, een enkele aarzeling en dan kruipen ze als het ware ín elkaar, als passende puzzelstukken. Ze vlijen een hoofd op een lichaamsdeel van de ander, laten een hand mooi rusten op een dij of kuit. Voor mijn ogen kijk ik naar levende composities zoals ik soms naar kunstwerken in een tentoonstelling kijk. Hier krijg ik op een andere manier veel meer, het telkens wisselende trio straalt -soms aarzelend maar door een subtiele glimlach toestemmend- vertrouwen en tederheid uit. En dan is het plots gedaan. En ik ben voldaan. Verrijkt. Wat een knappe voorstelling! 

Mattie – Mechelen, begin 2018